Homeopathie

Het woord Homeopathie komt uit het Griekse “Homoios” (gelijk) en “Pathos” (lijden). De homeopathie stelt, dat als je door bepaalde stoffen ziek wordt, diezelfde stof in een sterk verdunde oplossing genezend kan werken.

Klassieke homeopathie is een holistische geneeswijze, wat betekent dat de hele mens centraal staat. Als lichaam en geest niet in evenwicht zijn kan een mens ziek worden. Het belang is dan ook om het evenwicht te herstellen.

De geboorte van de homeopathie

Homeopathie kwam in een primitieve vorm al voor bij de oude Egyptenaren. Pas in 1755, toen Samuel Hahnemann zich ging toeleggen op deze geneeswijze, ontstond de grondslag waar de hedendaagse homeopathie nog steeds op verder gaat. Hahnemann werd ondermeer bekend doordat hij er achter kwam dat de schors van de kinineboom malaria tegen kon gaan.

Verder werd hij bekend door de similia-wet. Hij kwam hier achter door tests op zichzelf uit te voeren. De similiawet betekent: het gelijke genezen met het gelijkende. Bij een gezond mens kan een stof symptomen oproepen, maar bij een ziek mens kan diezelfde stof (sterk verdund) genezend werken. Dit werd de uitgangspositie om andere middelen uit te testen: de homeopathie was geboren.

Al 200 jaar traditie en toekomst